Laat me toch allemaal met rust!

Dat is wat ik dacht deze week. Ik voelde mijn energie verdwijnen en frustratie borrelen toen ik Jasmijn (onze dochter van net 2) probeerde te verschonen en zij zich hevig verzette. De strijd om de poepluier had ik nog niet achter de rug of de nieuwe discussie diende zich al aan. En dat was in de ochtend ook al een paar keer zo geweest.

Ik hoorde mezelf denken: waarom moet je zo moeilijk doen! En meteen daarna voelde ik een schuldgevoel opkomen. Toen ze op bed lag voor het middagslaapje liep ik naar beneden, eindelijk even tijd voor mezelf.  Ik liep langs de berg schone was en registreerde dat ik dat nog wilde opvouwen. Toen ik beneden kwam vroeg Jannis (mijn vriend) of ik geen zin had om iets te maken met de vele brandnetels uit de tuin.

Ik hoorde mezelf ja zeggen (en nee voelen). En terwijl ik aan het scrollen was naar recepten, voelde ik boosheid opkomen. Het gevoel van de hele tijd maar dingen moeten, het maakte me moe. Het is niet hoe ik leef en wil leven. Mijn ego haalde alle strategieën uit de kast. De ene stem opperde waarom ik niet gewoon met rust gelaten kon worden, stelde me voor hoe fijn het zou zijn de deur achter me dicht te trekken en gewoon even te verdwijnen met mezelf. Een andere stem vond dat het allemaal wel mee viel en ik me niet zo moest aanstellen. Weer een stem gaf aan dat het volgende week toch echt rustiger zou zijn, dus dat ik gewoon nog heel even moest volhouden en dat het dan beter was. En dan was er ook nog een stem die vond dat het allemaal vooral Jannis zijn schuld was. Kortom, het werd druk in mijn hoofd.

Tegelijkertijd wist ik ook: dit is niet waar het over gaat. Onder al deze ruis ben ik eigenlijk boos op mezelf. Want ik had al weer even te weinig ruimte genomen. De zomertijd had het slaapritme van Jasmijn overhoop gegooid en daarmee de avonden en ochtenden voor onszelf laten verdwijnen. Verder zitten we al weken in verbouwing, mensen over de vloer, een volle praktijk. Jannis werkt zo hard voor ons huis dat ik het lastig vond om rust te nemen terwijl hij bezig was. Dus maakte ik mezelf maar nuttig. Terwijl ik eigenlijk anders voelde. Maar ik deed al een stuk minder dan hem, toch? Nóg minder gaan doen was  in mijn hoofd geen optie. Heel geleidelijk negeerde ik de signalen van mijn lichaam en had ik niet echt naar mijn grenzen geluisterd.

De brandnetels waren de trigger en Jannis het slachtoffer 😅. Doordat ik het snel kon zien, voelde ik gelukkig ruimte om sorry te zeggen. Ik deelde hoe ik me voelde en wat er in me leefde en er kwamen tranen. Daarna ontstond er ruimte om gewoon te zijn met wat er was. Te zakken in mijn lijf. Aanwezig te zijn bij het schuldgevoel, bij het tekort schieten, de angst om het allemaal niet goed te doen, bij het voorbijgaan aan mijn eigen behoeften. Doordat ik mijn projecties terugnam, ontstond er bij Jannis ook ruimte voor compassie. 

Ik hoefde het niet op te lossen. Er gewoon mee zijn was genoeg. Ik voelde het in mijn lichaam transformeren en meer lichtheid en zachtheid ontstond. Daarna kon ik zelfs zonder wrok iets koken met de brandnetels en vond ik het nog leuk ook  (it was never about them after all).

Soms denken mensen dat ik nooit meer in zulke situaties terecht kom. Helaas ben ik nog steeds niet verlicht 😂! Maar op zulke momenten ben ik zo blij dat ik de weg naar mijn lichaam weet te vinden en duidelijk kan zien wat er gebeurt. Dat ik kan zijn met wat er is en durf te voelen wat er gevoeld wil worden. 

Dit voorbeeld past bij wat ik bedoel als ik in mijn sessies zeg dat de verbinding met je lichaam niet iets is voor enkel één keer per maand op vrijdagavond. Het is iets wat je leert in de dagelijkse dingen. Bij de luiers en de brandnetels en het schuldgevoel dat opkomt als jij rust neemt terwijl een ander werkt.

Niet boven het leven staan. Niet verdwijnen erin. Maar leren thuiskomen in jezelf, midden in wat er is. Elke keer weer opnieuw. 

Recente inspiraties​